088 112 54 54 info@safetyschool.nl

Er wordt uitgegaan van een volwassen slachtoffer. Deze vorm van reanimeren is de standaardvorm die je altijd kunt toepassen.
Natuurlijk is stabiliteit van de hulpverlener erg belangrijk, dus op de knieën en in een lichte spreidstand.

  1. Controle bewustzijn
    • Na aanspreken en schudden geen reactie? Roep iemand voor assistentie!
  2. Laat 112 bellen. Bent u alleen, bel dan zelf.
  3. Controleer de ademhaling
    • Geen of geen normale ademhaling? Begin met de reanimatie.
  4. Plaats de handen met ineengestrengelde vingers op het midden van de borstkas.
  5. Neem een houding aan zodanig dat uw armen loodrecht boven het slachtoffer zijn.
  6. Realiseer 30 borstcompressies
    • Tempo 100 tot 120 slagen per minuut
    • Diepte 5 tot 6 cm
  7. Voer de kinlift uit
    • Knijp de neus dicht met de hand die op het voorhoofd ligt.
    • LET OP: druk de mond niet dicht met de hand die op de kin rust.
  8. Plaats jouw mond over de (licht) geopende mond van het slachtoffer.
  9. Voer twee beademingen uit.
    • Blaas 1 seconde rustig de adem in
    • Adem zelf diep in (hoofd afgewend)
    • Blaas 1 seconde rustig de adem in
  10. Herhaal vanaf punt 3

Een reanimatie moet altijd worden uitgevoerd op een harde ondergrond.
Je mag stoppen met de reanimatie wanneer:
1. het slachtoffer duidelijke levenstekenen toont
2. als de professionele hulpdiensten het overnemen
3. je uitgeput bent.
P.S. Als er meer hulpverleners aanwezig zijn, dan wordt er iedere twee minuten gewisseld.

 

[text_block id=10997 description=”reanimatiekaart”]